Vincent Gysels, schepen Groenvoorziening: “Bomenkap is dansen op een slappe koord.” — >>

‘Bomenkap!’ Da’s in Antwerpen nog een viezer woord dan vloeken en zelfs Godslastering. Iedereen begint meteen te schelden op ’t stad. En eerlijk: dat is begrijpelijk. Neem de bomenkap in Deurne voor de keerlus van De Lijn. Die gebeurde achter afgesloten schermen, onder luid protest. Zelfs enkele bewoners werden door de politie opgepakt.

En dan was er begin september de boom tegenover café Charleroi aan het KMSKA, die werd afgezaagd terwijl camions af en aan reden voor de opbouw van het techno-event van Amelie Lens. In de buurt was er sowieso al veel ongenoegen over de overlast en de slechte communicatie van het stadsbestuur. Het verhaal lag dan ook snel voor de hand: de boom zou zijn gekapt om de camions met podiummateriaal door te laten.
Maar dat bleek niet zo te zijn.

Ik ging bij de tegenovergelegen appartementen — op de plek van de vroegere afgebroken Hippodroom, nog zo’n pijnlijk dossier — vragen of iemand getuige was geweest. Daar botste ik zowaar op de organisator van het evenement met Amelie Lens himself. Ambetant momentje. Hij bleek van niets te weten.
De waarheid was minder spectaculair, maar eigenlijk veel pijnlijker: de boom was ziek en de kap was toevallig samengevallen met de opbouw van het evenement.
Tijd dus voor een gesprek met Vincent Gysels, districts-schepen voor groenvoorziening, participatie en burgerbegroting.

“In Antwerpen zitten we tussen Parijs en Londen”

  • Eerst iets anders: wat mag een district eigenlijk beslissen en wat is voor het stadsbestuur?

Vincent: “Antwerpen telt tien districten, vergelijkbaar met de vroegere gemeenten. Elk heeft een eigen districtsburgemeester en schepenen. In Parijs zijn de arrondissementen vooral adviserend. De boroughs in Londen staan dan weer grotendeels op zichzelf met bvb. een eigen reinigingsdienst. Antwerpen zit daar zowat tussenin.
Wij kunnen beslissingen nemen over onder meer lokale initiatieven, jeugd, sport en cultuur, wijkwerking, participatie en het groen in lokale straten en parken. Voor grotere projecten adviseren we het stadsbestuur. Alleen: die adviezen zijn niet bindend. Dat verklaart bijvoorbeeld waarom het district zich unaniem verzette tegen de naamsverandering van het coStA naar ANDRS, maar toch moest wachten tot het stadsbestuur zich bij dat advies wilde volgen.”

Minder smartphones, meer buren

Gysels is al jaren actief in de wijk. Hij was betrokken bij burger- en actiegroepen en bij Klimaatrobuust Sint-Andries. Wie hem kent, heeft hem wellicht ook al met plantenbakken zien sleuren of op een ladder zien balanceren om klimop te snoeien of groenslingers over straten te hangen.

  • Waar komt dat engagement vandaan?

Vincent: “Ik geloof in sterke lokale gemeenschappen waar buren elkaar kennen, elkaar helpen en ook zelf verantwoordelijkheid nemen. De overheid moet vooral partner zijn van die gemeenschappen. Daarom vind ik participatie zo belangrijk. Met ons Vliegend College gaan we om de twee maanden naar een andere wijk om te horen wat er leeft. En via de Burgerbegroting hebben meer dan 7.000 mensen mee bepaald welke projecten prioriteit krijgen. Het mag niet zo zijn dat je om de zes jaar eens mag gaan stemmen en daarna je mond moet houden. Als mensen in een straat elkaar zouden kennen en minder op hun smartphone zouden zitten, zouden er veel problemen in de wereld opgelost kunnen worden.”

  • Ik klasseer mensen nooit omwille van de politieke partij waar ze in zitten. Jij zit bij de CD&V. Van thuis uit?

Vincent: “Hoewel twee van mijn grootouders actieve lokale politici waren in Antwerpen voor cd&v, zijn wij niet bijzonder katholiek opgevoed of zo. Ik kom uit een familie met vooral veel middenstanders en die waren traditioneel eerder liberaal gezind.
Ik zit bij cd&v omdat dat voor mij de partij is met een visie op de maatschappij die het best overeenkomt met de mijne. Ik geloof in sterke lokale gemeenschappen waar buren mekaar kennen, helpen indien nodig, en ook zelf verantwoordelijkheid nemen. De kerk was vroeger ook vooral zorgend voor de maatschappij. Een overheid moet dan ook in de eerste plaats een partner zijn van die lokale gemeenschappen en die ondersteunen in hun noden.

De boom van Amelie Lens

  • Terug naar de boom aan het KMSKA. Wat is er precies gebeurd?

Vincent: “Dat was een ongelooflijk pijnlijk toeval. De boom had meer dode, volledig afgestorven takken dan levende en was dus stervende. Een boomspecialist heeft dat vastgesteld. De kapvergunning werd op 4 augustus goedgekeurd en op 6 augustus kreeg de groendienst de opdracht om te kappen. Normaal volgt dan door de administratie de communicatie naar de buurt via bordjes. Alleen liep het deze keer totaal fout. De groendienst was uitzonderlijk snel, terwijl de administratie door de vakantieperiode uitzonderlijk traag was. Daardoor werd de boom gekapt vóór er een bordje hing. Logisch dat er dan indianenverhalen ontstaan.
De nieuwe boom krijgt alvast meer ruimte. Het zebrapad blijft, maar de rest van het eilandje wordt onthard. Er komt zand, ondergrondse ademruimte en een hekje om te vermijden dat het plantvak opnieuw wordt platgetrapt.”

Jaarlijks 1.000 nieuwe

  • Hoeveel bomen staan er eigenlijk in het district?

Vincent: “Los van parken en bossen hebben we meer dan 22.000 bomen op straten en pleinen. Jaarlijks planten we ongeveer 1.000 nieuwe bomen. Tegelijk sterven er ongeveer 700 af en moeten die worden gekapt. Elke straatboom wordt om de twee jaar gecontroleerd door de bomenexperts van de stad. Als zij of bewoners merken dat een boom ziek of stervende is, wordt een kapvergunning opgesteld. Daarbij wordt meteen bekeken welk type boom ervoor in de plaats komt. Dat klinkt misschien eenvoudig, maar bomen planten in een stad is tegenwoordig een stuk ingewikkelder dan een gat graven en er een stam in zetten.

Niet alleen een boom, ook ruimte voor de wortels

  • Waarom wordt er tegenwoordig zoveel aandacht besteed aan de ondergrond?

Vincent: “Vroeger werd een boom geplant in een gat van ongeveer een vierkante meter. De boom moest het daarna maar zien te redden. Als hij twintig jaar later dood was, plantte men een nieuwe. Dat was een kortetermijnvisie. Onder asfalt en parkeerplaatsen komt bovendien nauwelijks regenwater. Je ziet hier op het Zuid straten waar al dertig jaar boompjes staan die amper gegroeid zijn. Daarom krijgen nieuwe bomen tegenwoordig ondergrondse ruimte, waterbuffers, zuurstofvoorziening en boombunkers met boomzand. En er wordt gekeken naar het type boom dat op die plek haalbaar is. Je hebt small-bomen voor kleine straten, medium-bomen en large- of toekomstbomen. Die laatste kunnen meer dan honderd jaar oud worden, maar hebben daarvoor 60 tot 100 kubieke meter ondergrondse ruimte nodig. In een smalle straat, vol riolering en leidingen, is dat niet evident.”

Dansen op een slappe koord

  • Begrijp je dat bewoners het pijnlijk vinden als een boom uit hun straat verdwijnt?

Vincent: “Natuurlijk. Maar we zitten ook met een erfenis uit het verleden die we moeten rechtzetten. We willen bomen de kans geven om groot en oud te worden. Daarom zetten we sterk in op toekomstbomen die wel 100 jaar oud kunnen worden en een extra beschermend statuut krijgen. Deze zes jaar durende legislatuur investeren we bovendien meer dan 900.000 euro extra in bomen en vergroening, bovenop de straten en pleinen die sowieso worden aangepakt.
Kijk bijvoorbeeld naar de grote linde op het Mechelsplein, bij bakkerij Lints. Die begint het moeilijk te krijgen. We willen daar een deel van het plein rond het beeld van Willem Elsschot ontharden, zodat de boom meer ruimte krijgt.
Maar groen heeft concurrentie. De openbare ruimte zit vol claims. Fietsen, steps en andere mobiliteitsmiddelen vragen plaats. De brandweer moet een ladder voor elke huis kunnen plaatsen en vraagt daarvoor voldoende ruimte tussen bomen. Ook de politie wil niet te veel hoekjes en kantjes met struiken waar mensen zich kunnen verstoppen. En bewoners hebben natuurlijk ook hun verwachtingen. Soms botst dat allemaal. Het is een moeilijke evenwichtsoefening. Het is dansen op een slappe koord.”

Met een te kleine boomspiegel is het voor een boom moeilijk te overleven.

Een brede boomspiegel geeft genoeg regenwater en zuurstof om gezond op te groeien.

Communicatie moet beter

  • Kunnen bewoners zich verzetten tegen een bomenkap?

Vincent: “Voor grote bomen met een omtrek van meer dan één meter is een omgevingsvergunning nodig. Daartegen kunnen bewoners een bezwaarschrift indienen. Er wordt een gele affiche opgehangen en er is een maand tijd om te reageren. Voor kleinere bomen ligt de beslissing bij het districtscollege en is er geen formeel bezwaar mogelijk. Maar we gaan niet over één nacht ijs. Onze bomenexperts zijn specialisten. En wanneer een boom toch moet verdwijnen, proberen we de gelegenheid te gebruiken om de standplaats te verbeteren.
Dat gaat ook aan het KMSKA tegenover café Charleroi gebeuren. Eerst wordt het plantvak groter gemaakt, met voldoende ruimte voor de wortels. Pas daarna komt de nieuwe boom.
Bomen kappen doen we niet zonder reden. Maar als we een zieke boom laten staan, zijn we binnen enkele jaren misschien nog verder van huis. Het duurt inderdaad een vijftal jaar voor je opnieuw plezier hebt van een nieuwe boom. Daarom moeten we soms naar de lange termijn kijken. En er is ook onder verantwoordelikjheid. En misschien is dat uiteindelijk de moeilijkste opdracht: vandaag een boom kappen waarvan iedereen liever had dat hij bleef staan, om ervoor te zorgen dat de volgende boom er over honderd jaar nog altijd staat.
Zo is de stad Gent onlangs veroordeelt voor onopzettelijke doding omdat ze niet had opgemerkt dat een wilg intern aan het rotten was en er daardoor een voorbijganger gestorven is door afgevallen takken.”

We zitten met een erfenis uit het verleden met boomspiegels van amper en vierkante meter.

De grote linde op het Mechelsplein, bij bakkerij Lints heeft een bijzonder kleine boomspiegel waardoor hij moet overleven met weinig water en zuurstof. Deze boomspiegel zal worden vergroot.