(27 febr ’26) – Straatstenen. Het fascineerde me reeds als kind. Ik probeerde die grote tegels van een halve meter, die je nu niet meer ziet, telkens met grote stappen al huppelend maar één keer aan te raken. Nu beleef ik veel plezier met het ontcijferen van de lappendekens op dichtgegooide sleuven van nutsbedrijven. En er zijn er nogal wat: water, gas, elektra, glasvezel.
Ik denk dat ze ’t zo doen, die kabels leggen: Op een maandagmorgen krijgen ze een idee. En beginnen er meteen aan. Zo lijkt het wel. En niet zelden gooien ze de sleuven en putten nadien nog eens een keer open. Waarschijnlijk iets vergeten.
Ik heb eens gebeld naar de flikken. Of ze geen GAS-boetes kunnen geven voor die driekwartbroeken?
Maar ze hadden er geen oren naar.
Of is het een geheim project van onze schepen van cultuur? Om de herinnering levendig te houden aan het magisch realisme van de schrijver Hubert Lampo die ooit in Sint-andries heeft gewoond? In zijn boek De komst van Joachim Stiller – nog te zien op YouTube – zit een geheimzinnige scene van straatwerkers. Ja, het magisch realisme blijft hier levendig via de straatstenen.
Ook de al even mysterieuze film Het Dwaallicht, naar een boek van Willem Elsschot, werd ook hier in Sint-Andries opgenomen. De bibliotheek op de Sint-Andriesplaats werd heringericht als politiebureau. Ik heb het zelf nog meegemaakt. Het regende toen, dat weet ik nog.
Waarom liggen er nu bijna overal van die gladde straatstenen? Waterdoorlaatbaarheid is momenteel een heilig credo. Omdat bij een wolkbreuk de riolen het niet meer kunnen slikken en de straten overlopen. Met waterdoorlaatbare stenen geven we het water terug aan Moeder Aarde, om het met de woorden van ne gruune te zeggen. Maar de straten, zoals de Meir, liggen dikwijls vol gladde stenen waar de plassen op blijven staan. Die betongrijze stoeptegels van vroeger namen meteen alle water op.
Met het lukraak dichtgooien van die sleuven wordt ook een kunstgenre geëtaleerd: abstracte kunst. Dat denk ik toch. Als je goed kijkt zie je er, met veel fantasie, soms een landschap, een gebouw of een schip in. Met veel diepte en reliëf. Zoveel reliëf dat ik er onlangs ben over gestruikeld. Ik had nogal wat snelheid ontwikkeld, want altijd erg gehaast. Soms vrees ik wel eens een GAS-boete wegens overdreven snelheid. Ik bleef achter een opstaande tegel hangen, kantelde voorover, wou nog sneller stappen om terug recht te komen, maar kon mezelf niet meer inhalen. En schoof languit over de grond. Gelukkig had ik een dikke winterjas aan. Maar toch een paar weken last van gehad.
Op een maandagmorgen krijgen ze een idee. En beginnen er meteen aan.
Over kleding en GAS-boetes gesproken. Ik maak nogal sprongen. Maar zouden ze geen GAS-boetes kunnen geven aan mannen met driekwart broeken? Een wijk met een Modemuseum, halfjaarlijks een Fashion Weekend en veel trendy kledingwinkels kan zich toch geen driekwartbroeken in het straatbeeld permitteren. En ook geen vrouwen met broekrokken uit de jaren 90, de gekende passion killers. Hoewel je die gelukkig niet meer ziet. Ik heb eens naar den buro van de flikken gebeld, of ze geen GAS-boetes kunnen geven voor driekwartbroeken. Of ze daar niets konden aan doen? Maar ze hadden er geen oren naar. (Guido Sanders)


