– – Oh Stad, oh schat, oh rat, oh smalle trottoirs, terreinwagens en quads,
oh gat zo nat, want ‘t verzadigd beton krijgt het water niet geslikt,
– oh dubbelparkeerders, oh sluitingsuur,
– oh met vier pinkers aan, fout geparkeerde flikkenwagens neffen een frituur,
– oh fietsers en steppers, oh wandelaar die géén stap nog opzij zet voor rolstoel of kinderwagen of senioren met caddy,
– oh berg zonnebloempitschillen onder ‘n zitbankje in ‘t park waar ik in de zon zit te mijmeren en me just níet verslik in ‘n zonnebloempit,
– oh ontbrekende openbare toiletten,
– oh zeldzame merels die de ochtend inzingen,
– oh zonsondergang die menig wild etmaal inzette,
– oh bruine kroegen met uitsterven bedreigd,
– oh metropool die zichzelf zo gaarne ziet,
– oh camera’s op ieder plein met uitgedoofde walmen van ‘t publiekelijk niet langer mogen smoren van wiet,
– oh bocht in de Schelde zo schoon aan beide oevers,
– oh hippe clubs en bars met cokesnuivende snoevers,
– oh verder te ontginnen rijkdom in Aa immense diversiteit die als tegengewicht zal moeten dienen voor dees immer groeiende individualiteit,
– oh toenemende kloof tussen arm en rijk,
– oh GAS boete die iK in m’n bus kreeg wegens ‘ontlasten’ tegen d’Oudaan, allez wat een gezeik,
– oh Uw eeuwenoude geschiedenis en nakende toekomst,
– oh ieder onverteld verhaal achter elke gevel hier,
– oh tochtgat,
– oh nachtlawaai en sluikstort,
– oh stadsambtenarij,
– oh verliefd stelletje, zo jong nog en pril hier of daar gezegend door de vele jaren samen al en quasi vergroeid met elkaar,
– oh kinderen van alle kleuren die zo prachtig over Uw groen en grijs dartelen, maar amaai, wat zitten daar ook krengen tussen , die in ‘t gangpad van bus, tram of supermarkt gaan liggen gillen en spartelen, – waarschijnlijk omdat ze eens efkes níet hun goestingske kregen en
oh… hoe over hun ouders dan nog maar gezwegen,
Wee, gij staD die aa StadsdichtereS weigert te publiceren,
en van Zichzelf al ‘t Openbare liever verkoopt aan ‘t
kapitaalkrachtige Private
– – oh ‘Veiligheid’ die herinneringen aan onze Vrijheid verving
oh mijn hart dat zo dikwijls al én één keer teveel brak alhier midden in Uw hartje Stad, lang nadat iK het mijne eerst aan U al verloor
– Oh en hoe, net als iK in U,
Gij in mij woont…
(Micha Milants)


