Knorrenclub ging een roman schrijven. Maar struikelde al in hoofdstuk 1. — >>

Knorrenclub heeft een eigen whatsappgroep. Zoals elke club. Guido (hier wel bekend), enthousiast als altijd, stelde de groep voor om via de smartphone samen een roman te gaan schrijven: een ‘gesamptkunstwerk’. Hij had al een scene die reeds jarenlang in z’n hoofd hing voor het geval hij ooit voor de roem een roman zou gaan schrijven.

Maar die roman gaat er nooit komen. Niet genoeg geduld en geen zittend gat. De scene die al lang  in z’n hoofd hing, gaat als volgt : een man op de dool vindt enkel onderdak in een failliete frituur in de Kerkstraat. Hij slaapt er op een vochtige matras op een plakkerige vloer, vlak achter een nog naar frituurvet stinkende vitrine waar de tram rakelings denderend langs rijdt. 

Toen Karl Rylant een duimpje stuurde,
begon iedereen te flippen.

Danielle Melis, altijd heet en gereed voor een onuitvoerbaar plan, tokkelde meteen verder in de whatsappgroep: het hoofdpersonage was net uit de gevangenis ontslagen. En er was ook een buurmeisje van 20 jaar geleden. Maar hoe zonder smartphone terug te vinden? Met z’n laatst geld stapt hij café Den Engel op de Grote Markt binnen. Rita Degeeter, die toch al wat gedichtbundels heeft volgeschreven, plaatst mooie vrouwen aan den toog en laat de hoofdpersoon meteen erotische fantasieën krijgen. 

Danielle fluit haar meteen terug: “Hoe cliché en zeker veel te rap!” De smartphones vallen stil. Piet Ceuppens, ooit radiopresentator, die een gestrand gesprek altijd weer los krijgt, laat de hoofdfiguur in de frituur een kat ontdekken en beschrijft nog eens beeldrijk de stank in de frituur. Walgelijk. Joske Beuckelaers, ook dichteres en vedette bij de Dinsdagclub, laat de kat de hoofdpersoon naar de eerste verdieping lokken waar hij dozen met ongeopende brieven van een notaris ontdekt. Marijke Weyn, die in Museum Plantin-Moretus ‘Samen Lezen’ leidt, alle kennis in huis dus, vraagt zich af of de voormalige bewoners nog in het gebouw wonen? En of er iets illegaals gebeurt? 

Er hing een walgelijke stank in het frituur.


Karl Rylant, altijd wat kort van stof, stuurt regelmatig duimpjes, waardoor we ervan zijn overtuigd op de goeie weg te zijn en beginnen te flippen. We spreken dus al meteen af de auteursrechten eerlijk te verdelen. En wanneer het boek wordt verfilmd en een internationale bestseller wordt, lassen we in het uitgeverscontract een clausule in dat we voor de promotietoer niet naar het buitenland gaan voor interviews. Te veel gedoe. Al dat reizen!

Maar Caroline De Bels, die altijd twee keer nadenkt voor ze iets zegt, wijst de groep erop dat iedereen in het verhaal de man een andere kant opstuurt: “Het wordt een niet meer te ontwarren chaos.” Bij het lezen van dat bericht in de whatsappgroep zakt iedereen zuchtend achterover. En niemand doet nog de moeite om verder te gaan. 

Het was wel een interessante ervaring waarmee we wat hebben geleerd: vooraf gezamenlijk een verhaallijn uitstippelen en het hoofdpersonage vorm geven. Dat waren we in ons kinderlijk enthousiasme vergeten. 

Die reizen naar het buitenland, daar moet de Knorrenclub zich nu geen zorgen meer over maken. Iets minder om over te knorren. Spijtig.