Lopen langs straten, steegjes en pleintjes. De sfeer opsnuiven van de stad. Alleen. In stilte. Enkel jij en de plekjes.
Stilaan komt de Stadsziel boven. Een oude ziel, je ruikt hem, je voelt hem, hij fluistert je geheimpjes toe, en roddels, die eeuwenlang waren toegedekt, onder talloos veel bestratingen, van balken tot kasseien.
Je hoort de karren piepen en kraken, de mosselwijven marchanderen, de verkopers hun waren uitbrullen. En boven dat alles de geluiden van de rivier.
Het licht valt op de gevels, schijnt tersluiks een raam binnen, waarachter iemand zit te roken. In de herbergen loopt het warm, het geurt naar bier en oud hout. De mist is er te snijden. Door de open deur hoor je de paarden briesen en het gelach tegen de straatgevels kletteren .
De beiaard strooit zijn klanken uit over daken en mansardes. Notabelen uit een ander tijdvak wandelen in pitteleers en stoofbuizen over de boulevards. Ze knippen linten door en roken dikke sigaren.
In de haven klinkt een stoomfluit. Majestueuze reuzen laveren tussen een zee van vlaggetjes en reikhalzende curieuzeneuzen. Matrozen trotseren de masten van een zeilschip. Biertonnen klotsen van Noord naar Zuid over de kaaien. Het gejoel stijgt op boven de stad terwijl de bloemekee het grote vuurwerk afsluit.
Ik kijk, ik ruik, ik luister, in een bedwelmende roes . Ik wil deze nacht in de straten verdwalen.
(tekst en foto Dirk Van Gestel)


